CE Delft onderzoekt energiearmoede- en duurzaamheidsbeleid van gemeente Waterland
De gemeente Waterland heeft CE Delft ingeschakeld voor een onderzoek naar zijn beleid om duurzaamheid te stimuleren en energiearmoede tegen te gaan.
Het Noord-Hollandse Waterland (ruim 17.500 inwoners) wil tegen 2050 energieneutraal zijn. De gemeente richt zich daarbij op twee thema’s: de energietransitie en klimaatadaptatie. Tegelijkertijd wil Waterland de energiearmoede onder haar inwoners verminderen. De gemeente vroeg CE Delft om te onderzoeken in hoeverre het beleid rond deze doelstellingen doeltreffend en doelmatig is.
In het rapport van het onderzoeks- en adviesbureau is te lezen dat het beleid van Waterland om inwoners tot verduurzaming aan te zetten “in zekere mate” bijdraagt aan het doel van de gemeente om tegen 2050 energieneutraal te zijn. De gemeente zet vooral in op energiebesparing. Denk bijvoorbeeld aan het beter isoleren van huizen.
“We hebben bepaald in welke mate Waterland de doeltreffendheid van zijn acties op voorhand onderbouwt binnen het besluitvormingsproces”, vertelt Jasper Schilling van CE Delft. “Deze onderbouwing bestaat met name uit succesverhalen vanuit andere gemeenten. We hebben geen kwantitatieve onderbouwing aangetroffen.”
Verder wordt bij het opstellen van regelingen geen rekening gehouden met waar de meeste duurzaamheidswinst te behalen valt. Ook is er geen data beschikbaar om dat alsnog te bepalen, laat Schilling weten. “Wel staan deze regelingen breed open voor het grootste deel van de doelgroep.”
Niet op koers
Uit de analyse van CE Delft blijkt dat de gemeente Waterland met zijn huidige beleid zijn 2050-doelstelling niet zal gaan halen. Dat heeft met name te maken met de beschikbare capaciteit en het budget.
“Momenteel werken er maar anderhalve voltijdsmedewerkers aan het duurzaamheidsbeleid, terwijl de acties daaruit om veel meer personeel vragen”, geeft Schilling aan. “Daarnaast wordt het duurzaamheidsbeleid enkel gefinancierd vanuit incidentele middelen. Dat maakt het lastig om vooruit te plannen, wat hier wel nodig is.”
CE Delft onderzocht ook hoe verschillende beleidsterreinen duurzaamheidskwesties met elkaar afstemmen. Deze afstemming geschiedt vooral via de informele wegen, vertelt Schilling. “Er zijn geen formele overlegstructuren. Hierdoor waren het sociale en fysieke domein niet betrokken bij het opstellen van het duurzaamheidsfonds.”
Energiearmoede
Voor het tegengaan van energiearmoede zet de gemeente Waterland vijf instrumenten in. Naast het uitkeren van de nationale energietoeslag gaat het om een witgoedregeling, energiecoaches, een energiearmoederegeling en het beschikbaar stellen van voordelige energiecontracten.
De meeste van deze regelingen lijken volgens de onderzoekers naar behoren te functioneren: de ondersteuning komt terecht bij de beoogde doelgroep.
Of de witgoedregeling goed functioneert is deels de vraag. De gemeente vergoed eenmalig 269 euro voor een nieuwe, duurzame ijskast of wasmachine. Het probleem is dat die apparaten vaak stukken duurder zijn. Inwoners die aanspraak maken op de regeling moeten dus vaak zelf geld bijleggen. En dat kan een belemmering vormen.
Daarnaast heeft Waterland ook een duurzaamheidsfonds om energiearmoede tegen te gaan. Maar net als bij de witgoedregeling, moeten inwoners bij het duurzaamheidsfonds zelf vaak ook in de buidel tasten, bijvoorbeeld als ze hun enkele beglazing willen vervangen. Opnieuw kan dat een belemmering vormen.
Advies aan college en gemeenteraad
CE Delft onderzocht niet alleen het beleid van het college, maar tevens de rol van de gemeenteraad van Waterland. Het grootste probleem: er bestaan geen eenduidige kaders waarmee de raad de effecten van het duurzaamheids- en armoedebeleid tussentijds kan controleren.
“Vraag het college om een jaarlijks voortgangsrapport”, luidt het advies van CE Delft aan de gemeenteraad. “Stel verder structureel financiële middelen beschikbaar voor de opgave om energieneutraal te worden. En gebruik prestatie-indicatoren om grip te krijgen op die opgave.”
Aan het college adviseert CE Delft onder meer om het nieuwe beleid te voorzien van duidelijke kaders en heldere tussendoelen. Ook zou het energiearmoedebeleid kunnen worden verbeterd, onder andere door verschillende regelingen te bundelen in een samenhangend programma.

