‘Verandering de enige constante’ in workplace- en facilityland
Professionals in facility management hebben te maken met een continu veranderend landschap. Het toekomstbestendig houden van de dienstverlening vraagt veel van hun aanpassingsvermogen en creativiteit, zo blijkt uit een rondetafelsessie georganiseerd door Contrast en YNNO.
De twee adviesbureaus brachten workplace en facility professionals van uiteenlopende bedrijven samen om te praten over de belangrijkste trends die zich aftekenen binnen de sector.
In de vele thema’s die de revue passeerden was één duidelijke rode draad te ontwaren: “Ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op, het lijkt wel of verandering de enige constante is.”

Onder leiding van YNNO werd het event afgetrapt met een discussie over wat er allemaal verandert op het gebied van samenwerking en hoe verschillende generaties daarin hun weg vinden. De deelnemers concluderen: er ontstaan wel andere behoeften als het gaat om de werkomgeving, maar dat is niet per se generatieafhankelijk.
“Eigenlijk zijn er meer overeenkomsten dan verschillen tussen generaties”, zegt Pieter van der Laan, workplace strategist bij YNNO. “Het is aan de leidinggevenden om sensitief te zijn voor wat mensen nodig hebben als het gaat om samenwerking en de fysieke werkomgeving.”
Grip op de gast
Experts van Contrast leidden een discussie over serviceconcepten voor de werkomgeving en de contractvoering die daarbij hoort. “We zien dat de gebouwgebruiker kritisch is op aangeboden services”, zegt Anna Casemier, managing partner van Contrast.
“Daarom is het zaak om nog beter grip op de gast te krijgen: waar liggen zijn drijfveren, wat heeft hij nodig? Op basis hiervan kun je een aantrekkelijk serviceconcept ontwikkelen. Storytelling helpt om daarbij alle aspecten van de werkomgeving te integreren. Uiteindelijk leidt dat tot meer verbinding en dus betere samenwerking.”

De regie pakken
De deelnemers zien in hun werk duidelijk de roep om nieuwe serviceconcepten toenemen. En dat vraagt om nieuwe dienstverleningsmodellen. Een van de besproken verschuivingen is de omkering van het integrated facility model (IFM), want “hoe hoger de knip, hoe lager de grip”, zegt Casemier.
“Welk model ook wordt gekozen, het is belangrijk is om regie te pakken op de services waarmee je echt het DNA van de organisatie wilt reflecteren”, legt ze uit.
Het kennisevenement werd bijgewoond door vertegenwoordigers van onder meer VGZ, Radboud Universiteit, Alliander, gemeente Den Haag, DirkZwager en Sherpa.
Ook van de partij was Jessamijn Alberts, een professioneel tekenaar. Zij maakte twee pakkende visualisaties van de gesprekken tijdens de bijeenkomst.

