Ook post-corona zijn er nog vele uitdagingen rond zakelijk reizen
De zakelijke mobiliteit heeft zich na de coronapandemie vrijwel volledig hersteld, maar er zijn volop nieuwe uitdagingen waar bedrijven tegen aanlopen in hun beleid voor zakenreizen en internationaal werken. Dat blijkt uit het International People Mobility Report 2024 van Aon.
Het rapport beschrijft hoe bedrijven wereldwijd hun mobiliteitsbeleid aanpassen om in te spelen op de veranderende dynamiek in 37 landen, waaronder Nederland.
Aon constateert dat de factoren die in de nasleep van de pandemie overheersten inmiddels minder hoog op de prioriteitenlijst staan. “De focus verschuift van menselijke aspecten zoals welzijn, naar financiële en operationele factoren”, aldus Michel Teunisse, specialist internationale mobiliteit bij Aon.

Zo zorgen onder meer inflatie, talenttekorten en toenemende eisen rondom duurzaamheid en diversiteit voor nieuwe complexiteit in de sector.
De noodzaak voor internationaal beleid
Politieke instabiliteit, variërend van lokale onrust tot geopolitieke spanningen, blijkt daarbij een factor die voor steeds meer bedrijven zwaar weegt. In vergelijking met vorig jaar is het aantal bedrijven dat zich zorgen maakt over politieke onrust gestegen van 16% naar 22%.
Hierdoor moeten organisaties hun mobiliteitsbeleid aanscherpen om veiligheid en naleving van de wet- en regelgeving te waarborgen, vooral wanneer werknemers afreizen naar risicovolle regio’s.

Tegelijkertijd zien bedrijven de voordelen van beleid dat voor ieder land hetzelfde is, waardoor gelijke behandeling in toenemende mate wordt nagestreefd. Dit sluit aan bij de toegenomen vraag naar diversiteit, een aspect dat inmiddels als vierde belangrijkste factor wordt gezien voor internationale mobiliteit.
Hybride werken en workcations
Ook de wereldwijde trend van hybride werken en ‘bleisure’ – een mix van werk en vrije tijd – zorgt voor nieuwe uitdagingen, vooral op het gebied van verzekering en helder beleid. Nederland loopt hierin voorop, met ruim 60% van de bedrijven die ‘workcations’ toestaan, oftewel werken vanaf een vakantieadres.
Lees verder: ‘Beleid voor werken op afstand steeds belangrijker voor organisaties’.
“Dit vereist duidelijke richtlijnen voor het onderscheid tussen werk en vrije tijd”, bemerkt Teunisse. “Daarnaast moet ervoor gezorgd worden dat de dekking van de zakenreisverzekering toereikend is. We zien een positieve ontwikkeling bij verzekeraars en dienstverleners die bijdragen aan de zorgplicht van werkgevers en het veilig reizen en welzijn van de medewerkers.”
Toenemende regelgeving
Een groeiend aantal landen introduceert specifieke wet- en regelgeving die invloed heeft op grensoverschrijdend werken. Naast de klassieke aandachtspunten als belastingregels en sociale zekerheid, vragen landen als Duitsland om aanvullende vereisten zoals grenscontroles en voorafgaande verzekeringsdekkingen.

Binnen de EU wordt steeds vaker een A1-verklaring verlangd, die bewijst dat werknemers in hun thuisland verzekerd zijn tegen ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Daarnaast zijn ambitieuze mobiliteitsplannen gelanceerd om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken door talent vanuit het buitenland aan te trekken.
Verschil tussen thuis- en werkland
Ondanks de hervormingen blijft een groot deel van de Nederlandse bedrijven hun werknemers nog steeds uitzenden op basis van de voorwaarden van het thuisland, een model dat vooral gewaardeerd wordt door expats vanwege de sterke sociale zekerheid in Nederland.
Toch zet de behoefte aan kostenbeheersing en gelijkheid dit model onder druk. “Nieuwe generaties lijken hier minder waarde aan te hechten en makkelijker ander beleid te accepteren. Zij gaan dus ook makkelijker op reis of in een ander land werken”, sluit Teunisse af.
