Verduurzaming van glastuinbouwsector loopt achter op schema
Het verduurzamen van de glastuinbouwsector verloopt trager dan gepland. Dat blijkt uit onderzoek van CE Delft in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid & Natuur (LVVN) en het ministerie van Klimaat & Groene Groei (KGG).
De glastuinbouwsector streeft ernaar om vóór 2040 klimaatneutraal zijn. In 2030 vindt een tussentijds examen plaats: in dat jaar mag de sector, die een belangrijke rol speelt in het realiseren van de klimaatdoelen, maximaal 4,3 megaton aan CO2 uitstoten.
Volgens CE Delft is het nog maar de vraag of de glastuinbouw zijn reductiedoel voor 2030 gaat halen. Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat een (krappe) voldoende voor het tussentijds examen er nog wel inzit, mits snel wordt ingegrepen én alles meezit.
Netcongestie
In het kader van de energietransitie stapt de glastuinbouwsector af van het aardgas en over op onder meer groene elektriciteit. Dit wordt echter geremd door de netcongestieproblematiek. De drukte op ons stroomnet zorgt er onder andere voor dat heel wat bouwprojecten stilliggen en veel bedrijven niet kunnen overstappen op duurzame energiebronnen.
Wil de glastuinbouwsector zijn reductiedoel voor 2030 toch halen, dan is het volgens CE Delft noodzakelijk om het tempo van de stroomnetverzwaring flink op te schroeven.
Lange ontwikkeltijden
De glastuinbouwsector schakelt niet enkel over op elektrische energie, maar ook op alternatieve warmtebronnen. CE Delft ziet ook bij deze transitie verschillende knelpunten
Geothermische energie- en restwarmtebronnen zijn belangrijke duurzame alternatieven voor de glastuinbouwsector. Een complicerende factor is echter dat deze energiebronnen lange ontwikkeltijden kennen.
“Het is dus, met de huidige ontwikkeltijden, zeer onzeker of deze bronnen overal voor 2030 gerealiseerd kunnen worden”, schrijft CE Delft. “Alleen als we de meest gunstige ontwikkeltijd aannemen, is dit mogelijk.”
Glasbouwtuinders, verenigt u!
Om de verduurzaming van de glastuinbouw op schema te krijgen, doen de onderzoekers in hun rapport een aantal concrete aanbevelingen.
Zo zou de verzwaring van ons stroomnet kunnen worden versneld als vergunningstrajecten eenvoudiger en duidelijker worden ingericht. Zo’n aanvraagproces kan soms wel meer dan een jaar duren.
Ook zou het helpen als de glastuinbouwsector zich organiseert, omdat zo meer helderheid en betrouwbaarheid ontstaat over de totale warmtevraag, meent CE Delft. Als de totale hoeveelheid benodigde warmte bekend is en er vanuit de vraagkant commitment is, zijn investeerders eerder bereid om geld te steken in energieprojecten.
Bestuurlijke reactie
In een brief aan de Tweede Kamer erkennen KGG-minister Sophie Hermans (VVD) en LVVN-staatssecretaris Jean Rummenie (BBB) de urgentie van de conclusies in het CE Delft-rapport.
“Om het doel te kunnen halen moet in de komende vijf jaar nog veel nieuwe collectieve warmteprojecten en beschikbare netcapaciteit gerealiseerd worden”, schrijven ze. “Zit dit tegen, dan komen de doelen en ambities in het gedrang en krijgt de sector te maken met oplopende energiekosten.”
De komende tijd zullen de ministeries van LVVN en KGG gaan onderzoeken hoe de aanbevelingen uit het rapport van CE Delft kunnen worden overgenomen.

