Accenture-CEO Rob Knigge: ‘AI is dé kans voor onze maakindustrie, maar de top moet ambitie tonen’
De Nederlandse economie staat voor een fundamentele uitdaging. Terwijl de arbeidsmarkt krap blijft, stagneert ook nog eens de productiviteitsgroei. AI biedt de logische uitweg, maar het Nederlandse bedrijfsleven blijft opvallend vaak steken in de experimentele fase. We spraken Rob Knigge, country managing director bij Accenture, over het doorbreken van deze impasse: “Nederland heeft een enorme kans om hier een leidende rol in te nemen.”
“Een distributiecentrum waar 200.000 pakketjes per dag worden verwerkt… door vier mensen”, begint Knigge. “Dat is nu al realiteit.”
Geen geroezemoes van orderpickers, geen piepende heftrucks, geen schetterende radio’s in de hoek. Alleen het ritmische zoemen van robotarmen en het geruisloze glijden van sorteerkarren. Een georkestreerd ballet van software en staal, dat navigeert op infrarood en algoritmes. De productie draait 24/7, zonder dat het licht ooit aan hoeft.
Wat klinkt als toekomstmuziek, is bij het Chinese JD.com al realiteit. Een zogenaamde ‘dark factory’, en precies wat Knigge bedoelt als hij zegt: “In Azië zijn al veel bedrijven écht aan het schalen. Veel meer dan hier in Europa.”
Koudwatervrees
Maar waarom blijft óók Nederland zo ver achter? “Het is geen technisch probleem”, stelt Knigge. “Het heeft te maken met ambitie – of beter gezegd: een gebrek aan ambitie.”
Hij legt uit dat Nederlandse bedrijven AI nog te vaak zien als een geïsoleerd ‘IT-project’. “Veelal beginnen ze klein. Maar in plaats van snel door te pakken, blijven ze hangen in die pilotfase.”
Die terughoudendheid om op te schalen kent volgens Knigge twee hoofdoorzaken. Ten eerste bestaat er een fundamenteel misverstand over het doel van een proeffase.
“Men verwacht meteen winst. Maar dat is ontzettend moeilijk bij een pilot. Het doel is niet om direct winst te maken, maar om te bewijzen dat de technologie werkt. De échte winst, zowel in productiviteit als in kosten, pak je pas als je gaat schalen.”
“Juist volatiliteit, arbeidsmarktkrapte en hogere kosten zouden redenen moeten zijn om vol in te zetten op AI. Maar we doen het niet, vanwege die onzekerheid.”
De tweede – en nog belangrijkere – oorzaak is koudwatervrees. Zodra het tijd is om écht te investeren in AI, durft men de stap niet te zetten. “Bedrijven houden de hand op de knip vanwege de economische tegenwind en onrust op de markt.”
Impasse doorbreken
Het is een klassieke Catch-22: de onzekerheid die investeringen in AI tegenhoudt, is juist de reden waarom die investeringen zo hard nodig zijn. “AI biedt een enorme kans om de productiviteit op te schroeven en kosten te drukken”, stelt Knigge. “Juist volatiliteit, arbeidsmarktkrapte en hogere kosten zouden redenen moeten zijn om vol in te zetten op AI. Maar we doen het niet, vanwege die onzekerheid.”
Daar komt nog een factor bij: de fysieke infrastructuur. Knigge wijst op het belang van een helder overheidsbeleid rondom datacenters. “Wil je investeren in AI, dan heb je rekenkracht nodig”, stelt hij nuchter. “Zonder datacenters geen AI.”
Zolang onduidelijk blijft of en waar die faciliteiten mogen komen – hij noemt de stop op datacenters in Amsterdam als voorbeeld – blijven bedrijven op hun handen zitten. De overheid moet die randvoorwaardelijke onzekerheid wegnemen.
Het doorbreken van de impasse is cruciaal, zeker voor de geplaagde Nederlandse maakindustrie. Terwijl bedrijven dreigen te vertrekken, biedt AI juist de kans om soevereiniteit te waarborgen en productie concurrerend in Nederland te houden.
Als de rest van de wereld wel opschaalt, gaan zij volgens Knigge tegen veel lagere kosten produceren. “Als je daar niet in meegaat, ga je op een gegeven moment echt achterlopen op je concurrenten.”
Reinvention
De grote vraag is dan ook hoe we in Nederland eindelijk voorbij die experimentele pilotfase komen. Dit vraagt volgens Knigge niet zozeer om meer technologie, maar om meer ambitie: “Dat begint bij de top.”
Die ambitie kan pas echt gestalte krijgen als AI niet langer wordt behandeld als een los project of een bottom-up experiment, maar als een integraal onderdeel van de bedrijfsstrategie en het businessmodel. De aanpak die Accenture hiervoor hanteert noemt Knigge “reinvention”: het fundamenteel herontwerpen van je processen.
“Je moet AI verankeren in de kern van wat je doet.”
“Je moet AI er niet ‘een beetje bij doen’”, benadrukt hij. “Je moet het verankeren in de kern van wat je doet. Dat vereist dat je eerst een paar stappen terugzet en opnieuw naar je processen kijkt.”
“Neem een standaard financieel proces, van order tot betaling. Nu zijn dat misschien tien stappen die je sequentieel, na elkaar, uitvoert. Met de huidige technologie en agents hoeft dat niet meer. Dan worden het misschien drie parallelle stappen die een agent in één keer uitvoert.”
Klein beginnen, snel schalen
Het laten slagen van zo’n transformatie vraagt om een gedegen aanpak, waarin alle facetten van de organisatie in onderlinge samenhang worden meegenomen. Het begint volgens Knigge bij een solide datafundament en duidelijke spelregels voor de governance. “Het is heel belangrijk dat je binnen je bedrijf duidelijke regels stelt voor het gebruik van AI, zodat die ethische kant gewaarborgd is.”
Waar je klein begint, is het volgens Knigge cruciaal om snel te schalen. Dit betekent het selecteren van de juiste use cases en, parallel daaraan, het investeren in de vaardigheden van je mensen en hen meenemen in de transitie. “En werk samen”, geeft hij aan. “Ga niet alles in je eentje bouwen, maar kijk naar je ecosysteempartners.”
Vooral dat investeren in de mens is volgens Knigge belangrijk om de koudwatervrees te doorbreken. De angst voor baanverlies wordt vaak genoemd als obstakel voor implementaties. “Wij zien dat anders”, stelt hij. “AI neemt bepaalde taken over, niet hele banen.”
Met de huidige arbeidsmarktkrapte, benadrukt hij, kunnen we iedereen hard gebruiken. “Anders dan meestal wordt aangenomen, is de barrière vaak ook niet het personeel. Wij zien dat 94% van de medewerkers aangeeft juist graag getraind te worden in AI.”
Practice what you preach
Accenture geeft zelf het goede voorbeeld, door ook intern volop AI in te zetten. Knigge wijst op de transformatie van het IT-testwerk binnen de eigen organisatie. “Ik heb vroeger zelf grote systemen geïmplementeerd. Dan zat ik maanden te testen en door scripts te klikken. 80% van dat werk wordt nu gewoon met AI gedaan.”
En de mensen die dat werk deden? “Die zijn niet weg”, benadrukt hij. “Zij besteden nu veel meer tijd aan het bepalen van de juiste testscripts, het trainen van die AI-agents en – heel belangrijk – aan de communicatie en training van de eindgebruikers.”
Goede kaarten in handen
Knigge zou graag zien dat het Nederlandse bedrijfsleven – de maakindustrie voorop – dit voorbeeld volgt, en nu echt grote stappen gaat zetten op het gebied van AI.
“We hebben de machines én de mensen om deze transitie te leiden.”
Dat het beeld van de ‘dark factory’ in Nederland nog als exotisch wordt gezien, is volgens Knigge een fundamentele misvatting: de BV Nederland heeft volgens hem juist hele sterke kaarten in handen, die ons een enorme kans bieden om uit te groeien tot een koploper binnen Europa.
Ten eerste zijn we al behoorlijk ver in onze automatisering. “We hebben de hoogste robotdichtheid van heel Europa”, vertelt Knigge. “264 robots per 10.000 werknemers.”
De hardware staat er dus al. De échte kans, legt Knigge uit, ligt in het slimmer maken van die robots. “Als je daar nu de AI-software aan koppelt, kan die robot veel meer doen dan alleen die ene herhalende taak.”
Ten tweede hebben we de benodigde mensen. “Nederland heeft relatief het meeste AI-talent van Europa. We hebben 8% van het AI-talent, terwijl we maar 3% van de beroepsbevolking uitmaken. We hebben de machines én de mensen om deze transitie te leiden.”
Tijd voor ambitie
Het gebeurt ook al, benadrukt Knigge. “Dicht bij huis, bij Air France-KLM, hebben we een gen AI factory neergezet om hun apps te ontwikkelen. Het resultaat: 35% snellere ontwikkelcycli dan voordat ze dat met gen AI deden.”
Hij noemt ook de bouw van een nieuwe Unilever-fabriek voor Hellmann’s mayonaise. “Daar hebben we geholpen om de productielijn vrijwel geheel te automatiseren. Denk bijvoorbeeld aan AI die via camera’s de kwaliteit bewaakt. Zo wisten we de consistentie te verbeteren, de verspilling te verminderen én de productie te verhogen.”
Voor Knigge is het duidelijk: de urgentie is hoog, de technologie is beschikbaar en de potentie is enorm. Nu alleen nog de ambitie.
“Het is tijd om de terughoudendheid definitief achter ons te laten. De pilotfase is voorbij”, concludeert hij. “We moeten dit echt zien als een kans voor Nederland. Hiermee kunnen we een voorloper worden in de EU. Kansen genoeg, maar we moeten ze wél pakken.”
